|
ZAWIYET OEMM AL-RACHAM
Hier bouwde Ramses II het meest westelijk gelegen fort langs de noordwestkust van Egypte. Dit fort maakte deel uit van een keten van forten
ter bescherming van zijn rijk tegen invallen vanuit Libië en de Middellandse Zee. Het fort ligt zo'n 300 km ten westen van Alexandrië en 15 km
ten westen van de moderne stad Mersa Matroeh. Datering: 13e eeuw v.Chr. (Laat Brons). Aangelegd op het smalste punt tussen de hoger
gelegen woestijn en de zee met het duidelijke doel, de toegang tot Egypte zo goed mogelijk te beschermen.
Een team van de Universiteit van Liverpool onder leiding van Steven Snape verricht hier opgravingen sinds 1994. De vorm van het fort is een
vierkant met ringmuren van 140 m lengte en tussen de 4 en 5 m dik. Dit vierkant beslaat ± 20.000 m2. De hoofdtempel was gebouwd tegen
de westzijde van de ringmuur, aan de binnenkant. Deze tempel bestond uit grote kalksteenblokken. Direct ten N. van de tempel lag een reeks
van 9 magazijnen, ieder 16 m lang en 3 m breed, van baksteen. Dit complex besloeg de ruimte tussen de tempel en de NW-hoek van de
ringmuur. Deze magazijnen hebben kalkstenen deurstijlen en bovendrempels, voorzien van inscripties met de titulatuur van Ramses II. Voor de
magazijnen is een bron met de cartouches van Ramses II. Direct ten Z. van de tempel staan 3 kapellen met aan de voorzijde een ommuurde
binnenhof. De naam van de commandant was Neb-Re.
Een gebied in de Z.O. hoek van het fort (waar opgravingen aan de gang zijn) bevat een reeks klein driekamerhuizen, gegroepeerd rondom
gezamenlijke ovens.
De opgravingen hebben tot nu toe veel kana'anitisch en cypriotisch vaatwerk opgeleverd. Ander vaatwerk bleek afkomstig te zijn uit Mycene en
het Egeïsche gebied. De inhoud van dit vaatwerk bestond uit o.a. uit olie, olijven, honing, wijn, gedroogd graan of fruit. Kleine kruikjes bevatten
kostbare geparfumeerde olie. Uit deze vondsten blijkt duidelijk, dat het fort niet alleen diende als grensfort, maar ook als belangrijke invoerhaven
van buitenlandse producten. Mogelijk diende het fort als doorvoerhaven naar het binnenland. De opgravingen worden voortgezet.
|